| De gemaskerde bandiet |
|
Ze zitten op die toppen te speuren naar prooi, muizen, insecten, hagedissen en kleine vogeltjes. Razendsnel worden die gegrepen en aan een scherpe doorn of aan het prikkeldraad gespietst. Voedselvoorraad voor mindere tijden. Kleine vogels worden lang achtervolgd en gegrepen als ze moe worden. Het spiesen aan puntige doorns doen ze om een voorraad aan te leggen. Klapeksters zijn niet het hele jaar te zien, het is een echte wintergast. Het zijn vaak dezelfde vogels die winter na winter op de zelfde plek te zien zijn. Ze komen rond oktober en vertrekken in april weer naar noordelijker streken. Rond 1990 broedden er nog klapeksters in ons land (30 paar). Door verkaveling, verbossing en toenemende recreatie is het snel bergafwaarts gegaan. Nu broeden er geen meer, daarom staan ze op de "rode lijst". De vogels zijn dol op struiken, extensief gebruikt grasland en heggen. Geleidelijke overgangen naar bos en heidevelden vinden ze helemaal het einde. In ons duin worden bomen gekapt en geleidelijke overgangen gemaakt. Op kapvlakten met takken afval zitten veel kevers en andere insecten. De heide is opengehouden en er zijn houtwallen gemaakt. Het half open landschap is ideaal voor de gemaskerde rover. Niet speciaal voor hem gemaakt, maar toch.... Het wachten is op het eerste broedpaar. En ondertussen deze winter goed kijken of we deze opvallende vogel bovenop een struik of paal te zien krijgen. Succes! Ben Hopman, boswachter
|
