Vreemde eend in de bijt
zaagbek_met__snoek_bewerkt
Het is in de winter een opvallende verschijning op het water van de Hollandse plassen en meren. Ze liggen wat diep in het water en wat het meest opvalt, is de witte borst.

De 60 cm lange Grote Zaagbekken overwinteren graag in ons land. Ze zijn vooral te zien op en rond het IJsselmeer en de Friese meren. Maar ook op de wat kleinere plassen en meren komen ze voor. In de waterplassen in het duin zijn ze te zien tussen de vele andere soorten eenden. De man heeft een zwartgroene kop en mooie witte tot zalmroze buik en wordt daarom wel "boterbuik"genoemd. De vrouw is herkenbaar aan de bruine kop waarvan de veren achterop iets omhoog staan, als een kuifje. De rode smalle snavel heeft een rij kleine tandjes(zaagbek) waardoor de gevangen prooi niet makkelijk ontsnapt. Het voedsel bestaat voornamelijk uit vis, aangevuld met waterinsecten en hun larven. Bij strenge vorst zijn er vaak groepen te zien in grote wakken in het ijs. Dan jagen ze rond en onder het ijs en soms in groepen. Daar duiken ze tot tien meter diep op het oog jagend achter de prooivis aan. Daarom is helder water een eerste vereiste omdat de vogels 'oogjagers"zijn. De buit is voornamelijk spiering, pos, baars of voorn, maar ook, als op de foto, een jonge snoek.
Grote zaagbekken broeden in het noorden van Europa langs oevers van visrijke meren, moerassen en rivieren. Met natuurlijk helder water. Het nest maken ze in oude holle bomen of andere holtes in oevers of tussen stenen. Ze leggen in het rijk met dons en blad beklede nest soms wel 15 eieren. Veel dons om de eieren warm te houden omdar het vrouwtje vaak uit vissen gaat. De man(woerd) bemoeit zich in het geheel niet met het broeden.
Als de kuikens uitkomen en na twee dagen de veren droog zijn verlaten ze het nest.
Als ze in holle bomen zitten dwarrelen ze naar beneden. Soms wel van negen meter hoog. De eerste vliegles zit er dan op.


Ben Hopman, boswachter.