|
 |
Wie veel met zijn neus naar de grond gericht rondloopt, komt nog wel eens iets leuks tegen. Vaak op onverwachte plekken en momenten, soms na gericht zoeken.
Zelf kijk ik graag op van die half begroeide hellinkjes. Zand afgewisseld met mossen, kleine polletjes gras en korstmossen. In de kalkrijke duinen, ten zuiden van Egmond, vindt je ook stukjes schelp en verlaten slakkenhuisjes tussen het zand. |
Het zijn meestal de huisjes van de Gewone tuinslak. Deze slak is heel algemeen in Nederland en kent vele kleurvariaties: wit, geel, roze en diverse bruintinten. Op de open zandhellinkjes in het duin vind je vaak door de zon gebleekte lege huisjes die bijna helemaal geen kleur en geen strepen meer hebben. Lege huisjes worden weleens gekraakt, of beter gezegd hergebruikt voor diverse doeleinden. Dit keer iets heel opmerkelijks: een door een paar mosplantjes gekoloniseerd slakkenhuis.
Het mos dat je vaakst ziet op de halfopen zandhellinkjes is het Duinsterretje. Met zijn fel olijfgroene kleur valt dit plantje bij vochtig weer al gauw op. Onder droge omstandigheden zie je 'm bijna niet, dan draaien de plantjes spiraalsgewijs in elkaar en blijft er slechts een bruin toefje over. Giet je er een paar druppels water op, dan zie je 'm als het ware tot leven komen. Dit kan omdat mossen zó eenvoudig in elkaar zitten, dat vocht rechtstreeks door de blaadjes kan worden opgenomen en onmiddellijk kunnen uitzetten. Mossen vermeerderen zich door middel van sporen, net als varens en waaruit, na een lange weg weer mosplantjes ontstaan. Maar ook verspreiden ze zich door speciale bolletjes, de broedbolletjes, als het ware weg te schieten. Uit ieder bolletje groeit een nieuw plantje. Vaak ook raken een paar plantjes los van de ondergrond waarop ze groeien. Dit kan doordat mossen voorzien zijn van een soort hechtrankjes waarmee ze zich vasthouden. Wortels zijn niet nodig, het plantje is immers in staat zijn eigen voedsel te maken, zoals alle groene planten dat doen. En vocht wordt rechtstreeks door het blad opgenomen. De losgeraakte plantjes worden door de wind of door rondscharrelende vogels verplaatst en hechten zich op een geschikte plaats weer aan de ondergrond.
Terug naar mijn raadselachtige vondst. Het huisje heeft naast de mondopening waaruit de mossen groeien, een flink gat in de onderste winding. Daaruit kun je concluderen hoe deze slak aan zijn eind kwam en het huisje aan een volgend leven begon. Predatie! Door vogel of (spits)muis, wie zal het zeggen. Vervolgens werd het huis gekraakt door het Duinsterretje en zijn de plantjes voorzien van een uitstekend vervoermiddel. Zo'n slakkenhuisje rolt gemakkelijk over de bodem, helemaal van een hellinkje af. Een beetje wind en hup, daar gaat het huisje, met kraker en al aan de rol. Handig!
Natasja Nachbar, boswachter.
|